Info

Learning a little every day

Op Medium schreef Aaron Weyenberg over Dieter Rams en zijn 10 principes voor goed design. Duidelijke principes, die de tand des tijds makkelijk hebben doorstaan, maar waar voor hem toch iets mist.

Dieter Rams stands for integrity in design,” says design critic Hugh Pearlman, “He stands for true functionalism. He is anti-styling, anti-waste. He is against the throwaway society.”

Dat komt ook duidelijk uit Rams’ bekende 10 principes naar voren:

1. Good design is innovative.
2. Good design makes a product useful.
3. Good design is aesthetic.
4. Good design makes a product understandable.
5. Good design is unobtrusive.
6. Good design is honest.
7. Good design is long-lasting.
8. Good design is thorough down to the last detail.
9. Good design is environmentally friendly.
10. Good design is as little design as possible.

Maar die zijn geformuleerd in een tijd dat product design puur hardware betrof. Wat Weyenberg constateert is dat de apps en diensten die wij dagelijks gebruiken op het eerste gezicht helemaal voldoen aan Rams’ definitie van goed design. Letterlijk genomen. Maar dat deze helemaal niet voldoen aan de geest van zijn principes.

Voor Rams’ ging het om functionele, duurzame producten voor gebruikers:

The user was empowered to decide what products to allow into their lives. They decided which products they truly loved. They decided when and to what extent they would use them. They were in control.

En dat is waar het mis gaat bij de huidige veelgebruikte apps. Weyenberg signaleert drie achterliggende oorzaken:

  1. Op behavioral design research gebaseerde gebruikersacquisitie- en retentietactieken. Gebruikers maken in steeds mindere mate een bewuste keuze om een product te gaan gebruiken, het binnenhalen en activeren gebeurt nu vooral door
  2. Dat het succes van het product niet meer overeenkomt met het succesvol gebruik van het product. Succes van digitale producten wordt afgemeten aan het aantal Monthly of Daily Active Users (MAU/DAU) en hoe lang gebruikers actief zijn. Of jij als gebruiker succesvol het product kan gebruiken is alleen van belang als het bijdraagt aan verhoging van de MAU of DAU-cijfers.
  3. De steeds snellere productoptimalisatie en -uitrolprocessen. Hiermee wordt continu gemeten en A/B-getest of en hoe goed de uitgedachte behavioral design-tactieken (zie oorzaak 1) werken. En worden direct nieuwe, verbeterde versies gericht op het  vergroten van het succes van het product (zie oorzaak 2) uitgerold. Continu.

Zijn voorstel is het toevoegen van een 11de principe:

11. Good design is ethical. The product places the user’s interest at the center of its purpose. Any effort to influence the user’s agency or behavior is in the spirit of their own positive wellbeing, and the wellbeing of those around them.

Daar kan het continu stellen van twee vragen bij helpen:

As a user, did what I just do feel 100% like my choice? As a designer, is what I’m about to release to the world good for the user’s wellbeing?  

Laten we daarmee beginnen.

Bloggen. Ja, bloggen. Het is geen mooi woord, geen woord dat inspireert, maar het idee erachter is dat juist wel: de vrijheid om zelf online te publiceren. Op je eigen site, zonder toestemming te hoeven vragen. Vanuit jouw eigen interesse. En natuurlijk zonder likes of advertenties, of algoritmisch bepaalde afleiding er omheen.

In de inleiding van hét boek over de Nederlandse (we)blog-geschiedenis beschreef Frank Meeuwsen het als:

Een titel, link en tekst. Meer zou je niet nodig hebben om je verhaal te delen met anderen. Weblogs zijn dat in hun meest rudimentaire vorm. Soms kon je zelfs de titel en de link weglaten. Maar die drie elementen zijn de basiselementen die aan de voet hebben gestaan van een van de grootste communicatierevoluties die we hebben gekend.

Sommige mensen gebruiken hun blog om hele verhalen te vertellen, anderen om te delen wat ze hebben geleerd. Soms is het een soort dagboek, andere keren een springplank naar interessante ontwikkelingen op het vakgebied van de schrijver. En altijd is het een plek waar je iemand beter leert kennen.

Tegenwoordig wordt de vorm en inhoud van ons web bijna volledig bepaald door de normen van Amerikaanse internetgiganten. Daar met alle bloggers een heel klein onafhankelijk alternatief voor bieden is een mooi streven. :)
Geloof gewoon Brent Simmons:

“The best time to start a blog is 20 years ago. The second-best time is today.”

Vanochtend bespraken een collega en ik hoe bezoekers meegenomen kunnen worden bij hun eerste gebruikservaring op een nieuwe website. Want, net als bij kennismakingen met mensen en producten, is dat eerste contact bepalend voor de indruk die gebruikers opdoen.

Vaak is het de enige gelegenheid om bij je bezoeker tussen de oren te krijgen wat hij met jouw app of website kan bereiken:

Mario water

Uitleg vooraf of contextueel

Globaal kun je veel gebruikte technieken van user onboarding opdelen in twee categorieën:

  1. Uitleg vooraf. Dit is de meest simpele vorm: als je een app of website voor de eerste keer opent krijg je direct een overzicht van de belangrijkste mogelijkheden. Vaak een tekst, zonder of met afbeeldingen. Soms geavanceerder met als rondleiding door de belangrijkste mogelijkheden.
  2. Contextuele tips tijdens het gebruik. “Just-in-time education“, noemt Josh Clark dat.

Het verschil? Met uitleg vooraf belast je de gebruiker met het onthouden van alle mogelijkheden. Contextuele tips helpen gebruikers op het moment dat ze er echt iets mee kunnen. Luke Wroblewski illustreert het:

User onboarding luke wroblewski ios13

Contextuele of “just-in-time” uitleg is natuurlijk veel complexer om te ontwerpen en bouwen. Maar het biedt gebruikers de juiste toegevoegde waarde op het juiste moment.

Gerelateerd:
* UX Design voor Machine Learning en ArtificiaI Intelligence
* Op Useronboard.com heeft Samuel Hulick sinds 2013 verschillende analyses van user onboarding flows gedeeld.

“We shape our buildings, and afterwards our buildings shape us”, zei Churchill ooit.

Een prachtige quote, die breed bruikbaar is. Bijvoorbeeld voor schoolgebouwen, en hoe deze ontworpen zijn op basis van ideeën en behoeften aan het begin van de 20ste eeuw. Maar de vorm van een school verander je niet elk jaar, terwijl die vorm het gebruik bepaalde en bepaalt.

Hetzelfde geldt voor wijken en steden. Op Twitter haalt stadsplanoloog Brent Toderian regelmatig Amsterdam en Kopenhagen aan als voorbeelden van steden die een compleet ander gebruik kennen dan Noord-Amerikaanse. Met veel mensen op straat, goede fietspaden die intensief gebruikt worden en toegankelijke openbare ruimte. Het positieve is dat hij ook illustreert dat dit geen vaststaand feit is: ook Amsterdam en Kopenhagen (en andere Nederlandse steden) werden ooit ingericht als auto-steden. Maar maakten daarna nieuwe keuzes.

Foto van een straat in Amsterdam in 1967 en 2016,

Terug naar software

Net als in scholen, wijken en steden geldt natuurlijk voor software dat het ontwerp ons gebruik bepaalt. Google Maps opent altijd op een kaart met je huidige locatie gemarkeerd en vraagt waar je naartoe wil. Je begint ergens en gaat naar je bestemming. Facebook en Twitter tonen je een eindeloze newsfeed, zonder bestemming. Zodat je hopelijk ook niet stopt. Net als Netflix, waarvan de CEO in 2017 al aangaf dat ‘slaap’ hun grootste concurrent is.

En dat het ontwerp allesbepalend is voor het gebruik geldt niet alleen voor de apps op je smartphone, maar ook professioneel. Juist binnen kantooromgevingen, waar alles al decennia draait om Outlook, mappenstructuren en Office-documenten, zie je dat initiële ontwerpkeuzes en de workarounds die iedereen daarna bedacht heeft, onze huidige communicatie en samenwerking bepalen. Denk aan:

  • Versiebeheer met kopieën naast kopieën, identificeerbaar met cryptische toevoegingen aan bestandsnamen, etc. (denk aan BelangrijkDocument v11 – RG 2-3 ED v5 – 26102019 06112019 Kopie Copy.docx)
  • Het uitgebreid CC-en en BCC-en om iedereen te informeren. Want stel je voor dat niet alle 25 personen die zijdelings betrokken zijn bij jouw project niet op de hoogte zijn van de kleinste details…
  • En de prioritering van individuele mailboxen. Waar team- of projectgerelateerde kanalen vaak logischer zijn.

Voor al die problemen zijn ook alweer prachtige oplossingen bedacht. Van Slack tot Teams, en versiebeheer in Google Docs en Office 365. Maar het zijn oplossingen naast je bestaande digitale ‘gebouw’. De mappenstructuren, documenten en CC-mogelijkheden zijn gelijk gebleven.

Als we dat willen veranderen moeten we nieuwe keuzes maken over welke mogelijkheden we gebruikers willen bieden. Door restricties te stellen en daarbij nieuwe mogelijkheden te bieden. Bijvoorbeeld door:

  • Bij het kopiëren van een document de mogelijkheid te bieden in plaats daarvan een nieuwe versie te maken.
  • Zodra iemand in een e-mail een derde persoon in de CC toevoegt de inhoud van het ‘Nieuw bericht’-scherm automatisch te publiceren naar een besloten kanaal, en alle geadresseerden daar direct lid van te maken.
  • Het controleren van individuele mailboxen te beperken tot een bepaalde tijdsperiode per dag. Waar project- en teamkanalen meer of altijd beschikbaar zijn (al is dat vraag of e-mail überhaupt een goed idee is).

Zodat het gebruik zo verandert dat het beter aansluit op onze daadwerkelijke behoeften.

Gerelateerd:
Wegen veroorzaken files.
How Time Measurement changed Society

Sinds we allemaal een smartphone hebben installeren we veel apps (die we vaak niet blijven gebruiken) en zijn we altijd online. Veel mensen betalen liever niet voor software, maar voor waardevolle apps en diensten doe ik dat graag. Dit zijn mijn favorieten.

Diensten

  • Feedbin (i.c.m. Reeder). Ik gebruik al bijna 15 jaar RSS readers om op de hoogte te blijven van nieuws en blogs. Feedbin werkt heerlijk, wordt ondersteund in de meeste RSS apps, en is lekker opinionated.
  • Todoist. Om overzicht te houden van projecten en openstaande acties gebruik ik een todo app. Todoist is flexibel, heeft een goede web app, maar ik heb wel het gevoel dat ik er nog niet uit haal wat er in zit.
  • Fastmail. Nee, ik hoef geen gepersonaliseerde advertenties om mijn e-mails heen. En bij Fastmail kan ik mijn eigen domein gebruiken, met echte IMAP-ondersteuning en een solide web interface.
  • Netflix en NPO Start Plus. Momenteel althans. Vermaak komt op TV en andere schermen binnen via de streaming-diensten. Want wie kijkt nog de halve avond reclameblokken? Wel ben ik er vrij pragmatisch in: maximaal twee streaming-abonnementen, en ik switch als er op een andere dienst een goede serie beschikbaar is die ik graag wil zien. (Met enige streaming stress… )
  • 1Password. Iedereen moet een password manager gebruiken om sterke wachtwoorden te genereren, syncen tussen je devices en veilig in te loggen op je telefoon, tablet of laptop.
  • Backblaze. Voor versleutelde back-ups van mijn laptop naar de cloud. Lang deed ik het alleen met back-ups naar een externe schijf, die dan soms naar familie werd verplaatst. De externe harde schijf is er ook nog steeds, maar dat nu een volledige kopie veilig in Backblaze staat is een geruststelling.

Apps

  • Reeder voor iOS. Voor mij zijn Reeder en Unread de beste RSS reader apps op iOS. De laatste Reeder-versie is mijn favoriet.
  • Overcast. Erg goede app voor podcasts op iPhone of iPad. En met de intelligente Smart Speed en Voice Boost features bespaar je tijd en klinken minder goed geproduceerde podcasts een stuk beter.
  • Tweetbot voor iOS. Gewoon de beste Twitter app op iPhone en iPad.
  • Linky. Maakt het makkelijk om snel links naar Twitter (en Mastodon) te delen.
  • Feed Hawk. Nog zo’n kleine app die één ding heel goed doet. Je met één klik abonneren op de RSS feed van een site die je bekijkt.

Voor smartphone-fotografie experimenteer ik ook met Darkroom en Halide. Maar die hebben nog geen vaste plek in mijn workflow gekregen. Hetzelfde geldt voor Snapthread.

(Via Fabio, Ben Werdmüller en Hunter Walk.)

Op een touch screen is het nooit heel makkelijk om tekst te selecteren en de cursor te verplaatsen. Maar sinds de upgrade naar iOS 13 ben ik er nog slechter in. Hacker News-gebruiker andrewla legde uit hoe je dit tegenwoordig kunt doen:

Three ways to move the cursor, from most reliable to least:

  1. Hold down space bar and you’ll enter a mode where moving your finger moves the cursor.
  2. Drag it from its current location to a new location. This gets finicky, especially if you move your finger out of the text area; the cursor will move to the end of the text, but the highlighted bar that represents where you want to place the cursor will move around on the last line of the text. If there are non-text elements (images, etc.) in the block, then this will be unpredictable in where the cursor ends up. Also your finger blocks the text and there’s no more magnifying glass.
  3. Single tap in the text to place the cursor — but if you tap on a misspelled word, it will go into “suggest replacements” mode. Double tap selects a word, and triple tap selects a paragraph.
    To select all, you have to have a free cursor (nothing selected) and tap on the cursor itself. To avoid accidentally double-tapping (and thus selecting a word instead of bringing up the context menu) you have to make sure that you wait a beat before tapping again.

To paste (most to least reliable):

  1. Do a three finger unpinch gesture, and it will paste at the cursor.
  2. Enter the select all menu above and tap on the cursor (same caveats) and one of the options will be paste. But very often the second tap will either activate a double-tap (and thus select a word) or move the cursor a little bit, making a precise paste difficult.

‘Gelukkig’ zijn iPhone-schermen tegenwoordig zo groot dat je met drie vingers een ‘unpinch’ kunt doen.

App iconen verplaatsen

Na meer dan 10 jaar smartphones gebruikt te hebben ontdekte Stan Schroeder hoe je het snelst app iconen verplaatst naar een ander scherm:

You hold the icon with one finger and swipe through screens with another.

Dat had ik ook nog niet door, en heb het niet eerder iemand zo zien doen:

(via @bramkoster)

Iedereen wist 15 jaar geleden al dat je nooit direct nieuwe Windows-versies moest installeren. “Wacht op het eerste Service Pack”, was het devies. Of misschien zelfs tot het tweede. Ook als consument. Voor Apple-gebruikers gold dat iets minder. Maar de laatste jaren is de kwaliteit van software upgrades matig tot slecht. Zo ook weer dit jaar:

Dus als je een iPhone, iPad of Mac hebt is snel upgraden naar nieuwe OS-versies ook niet meer aan te bevelen. Toch is 50% van alle iOS-gebruikers alweer geüpgraded.

Wat ik doe

Dat verschilt nog per platform:

  • Op iOS was ik altijd een early adopter, die vaak al beta’s gebruikte op mijn eigen telefoon. Maar op dag 1 upgraden doe ik nu eigenlijk niet meer. Op de nieuwste iPhones werkt de nieuwe iOS-versie meestal wel aardig, maar 2 tot 4 jaar oudere modellen functioneren pas weer echt goed vanaf de derde of vierde punt-update (13.3 of 13.4).
  • Bij macOS ben ik tegenwoordig nog iets voorzichtiger dan vroeger bij Windows: ik wacht minimaal tot de eerste update met bugfixes (10.15.1 in dit geval), ga dan onderzoeken welke problemen er nog spelen bij voor mij essentiële apps (zoals die van Adobe), en waag de upgrade pas als er geen grote issues meer zijn.

Software upgrades, ze blijven tijdrovend en risicovol. Daar staan bugfixes, een veiliger OS en enkele nieuwe mogelijkheden tegenover. En daarom toch bijten we ons telkens weer door de zure Apple appel heen.

(Maar laten we het niet over de Macbook-hardware hebben…)

Longread van de Volkskrant-wetenschapsredactie over hoe de zorg zich schrap zet voor ‘de horrorgriep’.

Terwijl miljoenen Nederlanders zich deze weken weer melden voor hun griepprik, oefenen ziekenhuizen en ambulancediensten op rampscenario’s. Om te voorkomen dat, zoals twee jaar geleden wel gebeurde, de griepgolf medisch Nederland platlegt.

Erg boeiend. Ik had geen idee dat hier ook op geoefend werd.