Info

Learning a little every day

Bijna iedereen die gezondheidsklachten heeft Google’t daar wel even over. 85% Procent (PDF, 310 KB), volgens onderzoek van het CBS. En vaak word je dan niet gerustgesteld.

Cyberchondrie

In een sterk en persoonlijk verhaal legt Ruben Mersch in De Correspondent uit waar dat door komt:

Cyberchondrie heet dat, denken dat je een ernstige aandoening hebt nadat je enkele veelvoorkomende symptomen op internet opzocht. Een jaar of tien geleden besloten enkele onderzoekers van Microsoft dit fenomeen verder te bestuderen. Ze analyseerden de (geanonimiseerde) zoekgeschiedenis van duizenden internetgebruikers en ondervroegen honderden personen over hun zoekgedrag.

Ongeveer één op de drie zoekacties naar veelvoorkomende symptomen escaleerde naar ernstige aandoeningen, zo ontdekten ze.

Maar online symptomencheckers bleken maar in iets minder dan ⅓de van de gevallen de juiste diagnose te stellen. Onbetrouwbaar dus.

Zoek niet op symptomen

Ruben’s tip: zoek niet op symptomen. Want:

  • Zoekmachines corrigeren helaas niet voor hoe zeldzaam ziektes zijn, dus als je zoekt op hoofdpijn zijn voor Google ‘hersentumor’ en ‘een kater’ even relevant.
  • Wij mensen hebben last van ‘confirmation bias’. Als we denken dat we iets hebben, gaan we proberen dat idee te onderbouwen.

Wat kun je dan wel doen? Kijk eerst op de betrouwbare website Thuisarts.nl*:

Het Nederlands Huisartsen Genootschap – ik noemde het al eerder – is een van de organisaties die kritisch de medische literatuur doorlicht. Hun conclusies zijn nogal technisch en vooral bedoeld om huisartsen up-to-date te houden. Maar ze vertalen deze conclusies ook in normalemensentaal en deze vind je op Thuisarts.nl

Is er meer aan de hand?

Begin dan bij de diagnose

Zorg dat je (huis)arts een diagnose stelt. En als je dan een medicijn geadviseerd krijgt wat je misschien niet helemaal vertrouwt, ga dan op onderzoek uit op betrouwbare websites.

  • Die diagnose van je huisarts kun je ook terugvinden op Thuisarts.nl. En daar vind je onderaan de pagina links naar meer informatie die je kunnen helpen.
  • Een ander aanknopingspunt is het geadviseerde medicijn. Of dat voor jouw aandoening echt werkt kun je vaak terugvinden in resultaten van klinische studies. Merknamen van medicijnen helpen je vaak niet verder, maar op Het Farmacotherapeutisch Kompas kun je vinden welke actieve stof in het geadviseerde medicijn zit.
  • Daarmee kun je bijvoorbeeld ook internationaal veel informatie terugvinden. Bijvoorbeeld op de website van het Cochrane Institute, een van oorsprong Brits instituut voor onafhankelijke medische informatie. Die bieden voor ons niet-medici per onderwerp ook een ‘plain language summary‘. Handig. :)

Daarmee kun vaststellen of het geadviseerde medicijn ook echt werkt bij de aandoening past. En weer in gesprek gaan met je huisarts als je toch twijfelt.

*Thuisarts.nl is een website van mijn huidige werkgever. Dus hier geldt het “Wij van WC-eend“-principe. ;-)

Ons internet bestaat vandaag 50 jaar. Frank beschrijft hoe het begon:

Vandaag is het 50 jaar geleden dat het eerste bericht tussen twee computers werd verstuurd, over een afstand van zo’n 500 kilometer. Dit zou het begin zijn van het internet. Het verstuurde bericht was eerlijk gezegd weinig verheffend. Na de eerste twee letter L-O liep het systeem vast. Waarmee direct de eerste internet crash een feit was. Maar vanaf dat moment ging het alleen maar voorwaarts en is het internet ontstaan zoals we het nu kennen.

Ton heeft zelfs een foto van het logboek waarin de eerste online communicatie werd beschreven.

Nu weten we wat het uiteindelijk teweeg heeft gebracht. Maar de mensen achter ARPANET (de voorloper van het internet) hadden al best een idee van de potentie:

Back in 1969, a UCLA press release touted the new ARPANET. “As of now, computer networks are still in their infancy,” it quoted Kleinrock as saying. “But as they grow up and become more sophisticated, we will probably see the spread of ‘computer utilities,’ which, like present electric and telephone utilities, will service individual homes and offices across the country.”

Filmposter van de film Dolor y Gloria

Gisteren eindelijk Pedro Almodovar’s Dolor y Gloria gezien. Prachtige, gedeeltelijk autobiografische film over ouder worden. Pauline Kleijer schreef erover in de Volkskrant:

‘Zonder het filmen heeft het leven geen zin’, zegt Salvador Mallo (Antonio Banderas), een filmregisseur met een grote staat van dienst. Door een scala aan lichamelijke en psychische klachten werkt hij al tijden niet meer. Wat valt er dan nog te beleven? Steeds dieper zakt Mallo in een depressie, op zoek naar steeds sterkere middelen om zijn pijn te verzachten.

Ouder worden, het is niks voor Mallo. In zijn uitbundig ingerichte appartement in Madrid, dat uitpuilt van de schilderijen en andere mooie spullen, verliest hij zich in herinneringen aan vroeger. Het ontluiken van verlangen, de band met zijn moeder, een dramatische liefdesrelatie met een heroïneverslaafde. De flashbacks in Pedro Almodóvars nieuwe film Dolor y gloria (‘pijn en glorie’) zijn meer dan een kijkje in Mallo’s verleden: ze vormen samen een aantal prachtige, weemoedige korte verhalen.

Aanrader.

Tim Harford:

Some meetings are to transfer information, some to allow discussion and some to reach a decision or resolve a problem. There are committee meetings that exist to satisfy some rule or regulation. I am on such a committee, and find it useful as a reminder not to sign up for any other committees. Then there are the meetings that exist purely for the sake of meeting. Don’t dismiss them; there’s nothing wrong with consenting adults enjoying a coffee break together. There doesn’t always need to be a reason.

This article almost got lost among all of the 144 (!) browser tabs on my phone. In it, Benedict Evans highlights how a few different technical developments are coming together allowing computers to see

The combination of a flood of cheap image sensors coming out of the smartphone supply chain with computer vision based on machine learning means that all sorts of specialized inputs are being replaced by imaging plus Machine Learning.

It will take some years, but computers will learn to understand and act upon visual inputs, instead of just capturing them. And that will change computing again.